Misbruik van identiteitsverschil

door | Ondernemingsrecht, Vennootschapsrecht

Het komt in de praktijk vaak voor dat een onderneming aan betalingsverplichtingen tracht te ontkomen door het voortzetten van de activiteiten in een nieuwe vennootschap. Een dergelijk geval kwam aan de orde in een zaak waarin op 26 april 2017 vonnis is gewezen door de rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2017:4530).

Global Sourcing Procurememt Ltd (de limited) betaalde op enig moment de huur voor haar bedrijfspand niet meer. Korte tijd later liet de accountant weten dat de vennootschap was opgeheven wegens financiële problemen. Een paar maanden eerder was een nieuwe vennootschap opgericht met de naam Global Sourcing Procurememt BV (de BV). Die vennootschap heeft dezelfde bestuurder en aandeelhouder als de ontbonden limited en oefent ook precies dezelfde activiteiten uit. De verhuurder van het bedrijfspand (aan de limited) spreekt zowel de BV als haar bestuurder aan voor de niet betaalde huur, primair op grond van onrechtmatige daad, subsidair op grond van vereenzelviging van de limited met de BV.

De rechtbank wijst de vorderingen toe op de primaire grondslag en overweegt dat de bestuurder willens en wetens (heeft) bewerkstelligd dat de limited haar verplichtingen onder de huurovereenkomst niet is nagekomen. De rechtbank maakt de bestuurder daarvan een persoonlijk en ernstig verwijt. De rechtbank hanteert dus de gebruikelijke criteria voor bestuurdersaansprakelijkheid.

Ook de BV wordt veroordeeld, omdat de rechtbank, het oogmerk van benadeling van schuldeisers van degene die (volledige of overheersende) zeggenschap heeft over de twee rechtspersonen, toerekent aan de BV.  Dus: omdat de bestuurder van zowel de limited als de BV het oogmerk van benadeling heeft gehad en hij de zeggenschap heeft over de beide rechtspersonen, wordt ook de limited het oogmerk van benadeling toegerekend. De BV is daardoor dus aansprakelijk voor schade die door een andere vennootschap is veroorzaakt.

De uitspraak van de rechtbank sluit aan bij de jurisprudentie van de Hoge Raad (Rainbow arrest). Gezien deze jurisprudentie is een beroep op vereenzelviging (de stelling dat de identiteit van beide vennootschappen dezelfde is) overbodig. Misbruik van identiteitsverschil kan met een beroep op het Rainbow arrest worden aangepakt.

Voor vragen op het gebied van vennootschap- en ondernemingsrecht kunt u contact opnemen met de heer mr. J. de Groot 020-643 49 66. 

Onderwerp